Eisden...

| beknopte geschiedenis | Eisden is één
van de oudere nederzettingen uit het Maasland. De oudste bewoningssporen
dateren uit het Mesolithicum. Vanaf dit ogenblik was er reeds een continue
bewoning waaruit zich stilaan de dorpskern van het oude Eisden, Eisden-dorp,
ontwikkelde. Achtergrond-informatie: G.H. Dexters, De Heerlijkheid Eisden. Een brok geschiedenis, Eisden, 1936. |
![]() |
| van klein maasdorp naar industrie | Eeuwenlang bestond
het Maasland slechts uit kleine dorpskernen te midden van akkers en velden,
weiden, heide en bossen, beken en de Maas. De mensen moesten hard werken
om te overleven. De meeste Maaslanders waren landbouwers die hun brood
verdienden met landbouw of veeteelt. Op de onvruchtbare heidegronden van
Eisden was dat bijzonder moeilijk. Sommigen zochten een uitweg in seizoensarbeid:
"naar de brikken" in Duitsland... Achtergrond-informatie: G. Persoons, Fietsen door culturen. Op zoek naar het verleden en heden van Eisden, L.I.C. Maasmechelen, 1997. |
![]() |
![]() |
![]() |
| van
industrie naar Leisure Valley |
Na de sluiting
van de Eisdense mijn bestond er een voorstel om de voornaamste mijngebouwen
te beschermen. Hun uitgesproken architectuur vormde immers een unicum
in het Limburgse mijnpatrimonium. Achtergrond - informatie: Bert Van Doorslaer, Koolputterserfgoed. Een bovengrondse toekomst voor een ondergronds verleden, Provincie Limburg, 2002. |
![]() |
| nostalgia ... | " Het moet
ruim 50 jaar geleden zijn, rond 1936, dat G.H. Dexters volgende aanhef van
een nieuwe publicatie neerschreef: 'Sterft met de heide een oud bedevaartsoord? "De heide sterft aan de werken der menschen" (Hilarion Thans). Met de heide sterft het vreedzame landleven met de schakeeringen van zijn leed en zijn zorgen, zijn vreugde en zijn blijdschap. Met de heide sterven gebruiken en zeden, geheiligd door hun grijsheid. Met de heide sterft ook dat eenvoudig landvolk dat geloofde en werkte, dat streed om zichzelve te blijven en bad en beevaarde uit devotie of nood. Beevaarde! Verleden tijd! Waar blijven de vrome bidders, de uitgelaten "spasmächers" die zich, op de groote dagen, voor de parochiekerk van onze, uren in het rond bekende, bedevaartsoord verdrongen? Waar blijven zij? Gestorven met de heide waartegen ze eeuwen een ondankbaren strijd streden? Al de Alvermannekens en Hussen gevlucht, omdat hoog boven Eisden "Massief, geducht heffen stomp den kop bonkige burchten: de mijncentralen" (Hilarion Thans) Of sterft met de heide ook alle nood in huizen en stallen?" Met weemoed in het hart stelde hij vast dat de industrialisering van een klein dorpje een aantal typische eigenheden, volkse gebruiken deed verloren gaan. In de toekomst geen verering meer van St Jan de Doper in de parochiekerk van Eisden-dorp? Geen bedevaarders meer die het hazenkoren aan baard en kin van het St. Jansbeeld aanstreken? Geen uitbundige feestvierders meer om Paas-Eisden? Geen Alvermannekens meer? Geen...? Ruim 50 jaar later ontwaken we uit de industrieroes. Geen mijnontginningen meer... maar ook geen heide meer... En toch, meer dan ooit is er weer belangstelling voor de 'kleine dingen' van het leven: natuur, het verleden van familie en dorp, het opnieuw naar waarde schatten van volkse gebruiken... Laten we verder gaan, het is immers geen pure nostalgie!" (R. Dexters, Nostalgia, in Eisden, Jg. 6, 1989, nr.1.) |